21 juni 2011

IMG00910-20110621-2202

Petite en fragiel
waarschijnlijk niet eens bestaande

doch zo schoon
maar tegelijkertijd zo loos

daar die poos
het leek net als op het doek
wit

doormidden
nooit geweest 

juni 21, 2011
By on 22:25
18 juni 2011

Aktetas 3x, ik moet de aktetas volgen. Kan het wat trager, aub? Luiheid straft mij door het niet te weten. Verdwaalt in mijn wolk van gedachten en in het station; waar is de aktetas? Op perron 9. Deuren gaan open maar veel te traag. Ingedeukte perrontegels vertellen een lange lijdensweg. Vervolgens kent de trein zijn eb en vloed. Een vuile zetel lijkt de enige te zijn die een achterste overleeft; ah. Het meisje met het rode haar en een bril ratelt vreemde dingen. Iets van haar oma ofzo. Negeren is geen optie. Meneer voor mij met formulekrabbels ergert zich aan beiden. Maar ik kijk gewoon naar de buitenkant, aangezien de binnenkant meestal niets voor mij is.

juni 18, 2011
By on 12:35
4 juni 2011

Volgend stuk is ooit geschreven door mezelf, maar echter nooit afgewerkt geweest. Omdat het op zich niet veel inhoudt, en er dus ook geen vervolg op is, besloot ik het dan maar om hier te posten.

"Bij dagen zoals deze kan je maar beter door het raam kijken en hopen dat er iets interessants komt voorbij gelopen. De koffie staat te borrelen en nadenkend terwijl ik eigenlijk weet dat ik geen koffie lust en die koffie eigenlijk voor mijn moeder is, kijk ik verder door het raam. Een hond strompelt voorbij in de hoop iets te vinden tussen het vuilnis. Snuift. Kijkt, maar ziet niets en loopt dan maar achteloos verder. Het beest kent geen schoonheid, met zijn vuile vacht en waarschijnlijk rot van het schurft. Het krabben aan het oor heeft geen zin, het maakt hem alleen nog maar lelijker. Mocht ik geen mens zijn, ik zou er waarschijnlijk zo uitgezien hebben. Het interessante aan al dit gedrocht rondom mij is dat ik me kan spiegelen. Wanneer ik me slecht voel, kan ik denken dat ik er toch nog goed uitzie ondanks al die lelijkheid rondom mij. Maar dat kan toch niet, dat alles lelijk is? God heeft er toch voor gezorgd dat alles in evenwicht zou zijn? Er moesten armen zijn, dat weet ik. Er moesten rijken zijn, dat weet ik ook. En de rijken zouden moeten zorgen voor de armen, helaas is dat iets wat ik niet weet, of merk. De Kerk zorgt voor ons, maar dat is dan ook de enige. Iedere zondag ga ik naar de mis met mijn mooiste kleren aan, die ik ergens gevonden heb in de muf ruikende kast van mijn grootmoeder, die bij ons inwoont. Ik hou van haar kleren, maar de meesten lachen mij uit. Het kan me eigenlijk bitter weinig schelen, weet je. Ik draag wat ik leuk vind, want hier in onze buurt word er niet gekeken naar wat je draagt, of wat je hebt. Ze kijken naar je, naar wie je bent. Eerlijk gezegd lijkt het bestaan met zicht op bezit en mooi zijn me wel aantrekkelijk. Alleen zal het nooit tot mijn persoon toebehoren, of zal het nooit deel uit maken van wie ik nu ben. Iedere avond bid ik tot God en hij fluistert me dan altijd in dat alles goed is. Dat alles is, zoals het moet zijn. Dus dan aanvaard ik dat maar, zoals ik dagdagelijks alles aanvaard wat er rondom mij gebeurt. Mijn gevoelens zijn een beetje afgestompt, zie je. Geen gevoel meer, slechts alleen de basisemoties die mij een lichte tinteling geven wanneer er iets gebeurt waarbij je hoort  te lachen, wenen, of te kruipen van de pijn.

Ik ben nooit naïef geweest, alleen een beetje dom. Kijk, als je opgroeit midden in de miserie dan ga je er toch alleen maar van uit dat er niets beters bestaat voor jou? God heeft dat zo beslist, en je moet je er maar bij neerleggen. Dat dacht ik, net zoals alle anderen die in mijn steeg woonden. Ik noem het niet graag een straat, want bij ‘straat’ denk ik aan mooie huizen, lantaarns, en vuilbakken met een hekje er rond. Of neen, daar hebben ze nog geen hekje, dat hoort bij een wijk. Zo’n typische kakbuurt waar je voor ieder domein of hectare een witgeschilderd hekje vindt, en waar de post uit de bus gehaald wordt door een meid of loopjongen. Ik woon in een steeg, of een buurt. Helemaal geen hekjes of vuilbakken. Het vuilnis wordt op een hoop gesmeten en waar er in de straten ervoor gezorgd wordt dat ze iedere week worden opgehaald of leeggemaakt, blijft diezelfde pak vuilnis bij ons stinken en rotten. ‘Net zoals degenen die daar wonen’, hoor ik ze zeggen."

juni 4, 2011
By on 17:44
4 juni 2011

Ik zie het je denken.

Alweer. 


By on 17:39